De typische typer is iemand die handgeschreven producten liever niet aan anderen laat lezen.
Meestal omdat het handgeschrevene slecht leesbaar is, alsof de inhoud van minder waarde is omdat de drager rommelig oogt.
Zelf ben ik zo'n type met een onregelmatig handschrift.
Het excuus dat ik gebruik is mijn gedwongen rechtshandigheid op de lagere school.
Als kind was noch uitgesproken links, noch uitgesproken rechts.
Ik hinkelde en tekende links, maar voetbalde rechts. Eigenlijk deed ik precies het tegenovergestelde van mijn ouders, zo voetbalde mijn linkshandige vader links en mijn rechtshandige moeder hinkelde weer rechts.
Na wat testjes werd besloten dat ik wel rechts kon leren schrijven. Dat heb ik geweten..
Pas als het potlood zelfs te klein voor kinderhanden was, kreeg ik een nieuwe. Voor mijn gevoel heb ik vele potloden versleten voordat ik me aan de kroontjespen mocht wagen.
Mijn klasgenoten waren toen al maanden bezig om hun karaktereigenschappen via inktvlekken te ontleden, dus bij gebrek aan een kroontjespen heb ik waarschijnlijk een achterstand opgelopen in zelf-inzicht.
Met mijn handschrift is het nooit goed gekomen en toen ik op de middelbare school een type-diploma haalde, raakte ik weliswaar verslaafd aan typex, maar via de quick brown fox ... nam ik zoveel mogelijk afscheid van handgeschreven briefjes.
een ms-dos computer maakte weer een einde aan de typex-verslaving. Hoe ik van de disketteverslaving ben af gekomen ben ik vergeten, maar dat is voor dit verhaal wat minder relevant, geloof ik.
Overigens typ ik op een tablet linkshandig met steeds afwisselende linkervingers, hoewel rechtshandig ook best lukt. Dit komt waarschijnlijk omdat een tablet de ultieme schootcomputer is voor op de bank. Terwijl ik dan links vrij heb, kan de tablet met rechts ondersteund worden. Die afwisseling van vingers is overigens rsi-gerelateerd.
En nu lees ik net dat kinderen vooral letters moeten leren schrijven om hun leesvaardigheid te verhogen.
Zelf dacht ik mijn worsteling iets was van de pre-jarenzestig-revolutie en dat de huidige kinderen op den duur wel voorschoolse typ-les zouden krijgen.
Het zal wel een wensgedachte zijn geweest van een typische typer.
hier het kennisnet-artikel, wetenschappelijk verantwoord.
Schrijven versus typen: wat zegt de neurowetenschap?
Jolien Francken
http://www.4w.kennisnet.nl/artikelen/2013/10/15/schrijven-versus-typen-wat-zegt-de-neurowetenschap/
woensdag 23 oktober 2013
maandag 14 oktober 2013
Eemplein wordt Eetplein met culinaire collectie
In de Amersfoortse Courant van afgelopen zaterdag stond een stuk over nieuwe horeca-exploitanten die zich zullen gaan vestigen aan het Eemplein.
Ter gelegenheid van de tapas/sushi en andere restaurants die zich naast het Eemhuis zullen vestigen, werd het Eemplein in het artikel omgedoopt naar het Eetplein.
Niet zo heel vreemd als je bedenkt dat de onlangs overleden Johannes van Dam, op 10 oktober 2012 in de bibliotheek samen met Claudia Roden een interessante lezing hield ter viering van de Johannes van Dam-prijs.
Waarom was die lezing in de bibliotheek Eemland ?
Ooit was er in Amersfoort een culinair museum, helaas ter ziele.
De collectie van het museum is geschonken aan de bibliotheek.
Dat is de aanleiding voor het tegenwoordige speerpunt in de collectie, de culinaire collectie.
In het hele land hebben diverse stadbibliotheken speerpunten toegewezen gekregen, zo heeft Almere de thema's water en newtown, heel toepasselijk voor een waterrijke nieuwe stad.
Amersfoort met de historie van een culinair museum en een steeds belangrijkere plek als toeristische trekpleister,
heeft nu al een Eetplein en een eetcollectie in opbouw.
In samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, afdeling bijzondere collectie's is het oudere meer bijzondere deel van de oude collectie ontsloten en de zullen delen daarvan in het Eemhuis zichtbaar worden gemaakt.
De meer kwetsbare en zeldzame uitgaven worden in een vitrine getoond.
Op de website is voor het thema al wat ruimte gemaakt, maar de echte werking is pas zichtbaar in de loop van 2014, na de opening van het Eemhuis aan het Eetplein, sorry Eemplein.
Ter gelegenheid van de tapas/sushi en andere restaurants die zich naast het Eemhuis zullen vestigen, werd het Eemplein in het artikel omgedoopt naar het Eetplein.
Niet zo heel vreemd als je bedenkt dat de onlangs overleden Johannes van Dam, op 10 oktober 2012 in de bibliotheek samen met Claudia Roden een interessante lezing hield ter viering van de Johannes van Dam-prijs.
Waarom was die lezing in de bibliotheek Eemland ?
Ooit was er in Amersfoort een culinair museum, helaas ter ziele.
De collectie van het museum is geschonken aan de bibliotheek.
Dat is de aanleiding voor het tegenwoordige speerpunt in de collectie, de culinaire collectie.
In het hele land hebben diverse stadbibliotheken speerpunten toegewezen gekregen, zo heeft Almere de thema's water en newtown, heel toepasselijk voor een waterrijke nieuwe stad.
Amersfoort met de historie van een culinair museum en een steeds belangrijkere plek als toeristische trekpleister,
heeft nu al een Eetplein en een eetcollectie in opbouw.
In samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, afdeling bijzondere collectie's is het oudere meer bijzondere deel van de oude collectie ontsloten en de zullen delen daarvan in het Eemhuis zichtbaar worden gemaakt.
De meer kwetsbare en zeldzame uitgaven worden in een vitrine getoond.
Op de website is voor het thema al wat ruimte gemaakt, maar de echte werking is pas zichtbaar in de loop van 2014, na de opening van het Eemhuis aan het Eetplein, sorry Eemplein.
vrijdag 4 oktober 2013
column over gedachtekronkels in de columnles
Als ik het woord column schrijft, voel ik een lichte angst voor dyslexie, je hoort de laatste 'n' niet, maar je schrijft hem wel.
Maar daar moet je gewoon doorheen schrijven heb ik begrepen, de angst voor fouten is funest, de kans op correctie achteraf zijn oneindig, zolang je je verzinsel maar niet publiceert.
Gisteravond mocht ik gastheer spelen voor een aantal cursisten en de columniste Annette Verspoor, die ons les gaf. Als koffieman en gebouwafsluiter mocht ik ook meedoen. Nu wil ik natuurlijk wel wat vertellen, maar de les ga ik hier niet beschrijven, want gisteren heb ik begrepen dat een beschrijving geen column is.
Wel kan ik verklappen dat ik door het lezen van een kronkel van Simon Carmiggelt over burenruzie en luistervinken, mijn beeld van Carmiggelt enigzins heb bijgesteld.
Zelf dacht ik dat hij of in de kroeg zat of bij Renate Rubinstein was, maar dat klopt niet helemaal.
Want in de eerste alinea voert hij het karakter van Boris Karloff op, de ruziemakende buurman lijkt enigzins op hem.
Dus behalve kronkels schrijven, Renate beminnen en drank innemen, ging hij hoogstwaarschijnlijk ook weleens naar de bioscoop.
In de zestiger jaren werden deze enge Frankenstein films nog niet op de televisie vertoond.
Hoewel ?
Waarom ken ik de acteur die in de film het monster van Frankenstein speelt ?
Ja, natuurlijk heb ik over hem gelezen, maar dat was pas later, de eerste herinnering aan Boris was veel sterker.
Nog in de tijd dat je een early adopter was als je een zwart-wit televisie had, in de jaren zestig, maakte ik kennis met het monster van Frankenstein.
Door mijn oudere broers werd ik grondig voorbereid op mijn eerste horrorfilm op televisie.
Uiteindelijk bleek hun goedbedoelde uitleg in combinatie met mijn verbeelding veel enger dan de film zelf.
Ver voor de film zat ik al op het puntje van mijn stoel. Toen de film uiteindelijk begon zakte de opwinding langzaam tot een aanvaardbaar 'voorlezen voor het slapengaan" -niveau.
Boris Karloff viel wel meteen op, ook door die rare buisjes aan weerszijden van zijn nek en zijn hoge voorhoofd dat meer wees op een ongewone hoogbegaafdheid dan op krankzinnigheid.
Toen ik besefte dat hij lief voor niet-pestende kinderen was, sloot ik Boris als monster in mijn hart en nog nooit heb ik later een enge droom gehad waarin Boris K. een misdadige rol had.
Carmiggelt had na het bioscoopbezoek echter duidelijk een ander Boris-Karloff associatie. Ondanks zijn speelse geest was hij allang geen kind meer.
Waarschijnlijk was het monster van Frankenstein voor Carmiggelt de horror-variant van de enge buurman die je niet in je buurt wilt hebben. En als zo'n type dan toch je nieuwe bovenbuurman wordt, dan zet je dat natuurlijk meteen in de eerste alinea van je nieuwste kronkel.
Maar daar moet je gewoon doorheen schrijven heb ik begrepen, de angst voor fouten is funest, de kans op correctie achteraf zijn oneindig, zolang je je verzinsel maar niet publiceert.
Gisteravond mocht ik gastheer spelen voor een aantal cursisten en de columniste Annette Verspoor, die ons les gaf. Als koffieman en gebouwafsluiter mocht ik ook meedoen. Nu wil ik natuurlijk wel wat vertellen, maar de les ga ik hier niet beschrijven, want gisteren heb ik begrepen dat een beschrijving geen column is.
Wel kan ik verklappen dat ik door het lezen van een kronkel van Simon Carmiggelt over burenruzie en luistervinken, mijn beeld van Carmiggelt enigzins heb bijgesteld.
Zelf dacht ik dat hij of in de kroeg zat of bij Renate Rubinstein was, maar dat klopt niet helemaal.
Want in de eerste alinea voert hij het karakter van Boris Karloff op, de ruziemakende buurman lijkt enigzins op hem.
Dus behalve kronkels schrijven, Renate beminnen en drank innemen, ging hij hoogstwaarschijnlijk ook weleens naar de bioscoop.
In de zestiger jaren werden deze enge Frankenstein films nog niet op de televisie vertoond.
Hoewel ?
Waarom ken ik de acteur die in de film het monster van Frankenstein speelt ?
Ja, natuurlijk heb ik over hem gelezen, maar dat was pas later, de eerste herinnering aan Boris was veel sterker.
Nog in de tijd dat je een early adopter was als je een zwart-wit televisie had, in de jaren zestig, maakte ik kennis met het monster van Frankenstein.
Door mijn oudere broers werd ik grondig voorbereid op mijn eerste horrorfilm op televisie.
Uiteindelijk bleek hun goedbedoelde uitleg in combinatie met mijn verbeelding veel enger dan de film zelf.
Ver voor de film zat ik al op het puntje van mijn stoel. Toen de film uiteindelijk begon zakte de opwinding langzaam tot een aanvaardbaar 'voorlezen voor het slapengaan" -niveau.
Boris Karloff viel wel meteen op, ook door die rare buisjes aan weerszijden van zijn nek en zijn hoge voorhoofd dat meer wees op een ongewone hoogbegaafdheid dan op krankzinnigheid.
Toen ik besefte dat hij lief voor niet-pestende kinderen was, sloot ik Boris als monster in mijn hart en nog nooit heb ik later een enge droom gehad waarin Boris K. een misdadige rol had.
Carmiggelt had na het bioscoopbezoek echter duidelijk een ander Boris-Karloff associatie. Ondanks zijn speelse geest was hij allang geen kind meer.
Waarschijnlijk was het monster van Frankenstein voor Carmiggelt de horror-variant van de enge buurman die je niet in je buurt wilt hebben. En als zo'n type dan toch je nieuwe bovenbuurman wordt, dan zet je dat natuurlijk meteen in de eerste alinea van je nieuwste kronkel.
woensdag 2 oktober 2013
E-reader voor energiek Afrika
Zelf ben ik in de tijd inmiddels al weer veel verder gereisd, maar de enige Afrika-reis die ik ooit maakte is in mijn herinneringen nog nauwelijks vervaagd.
Het bezoek in 1986, meer dan 25 jaar geleden, staat me nog levendig en kleurrijk voor de geest.
Het stof, de rode aarde, de vele mensen die eindeloze afstanden liepen langs onverharde wegen, de steden waar mannen in pakken inclusief de bijbehorende aktetas gehaast voorbij liepen. In Kenia was het toen niet ongewoon dat dan aan de overkant van de straat een onverstoorbaar kijkende, als medicijndokter uitgetooide keniaan liep. En natuurlijk veel arme mensen die zich te voet verplaatsten, de trui of broek was soms wat gescheurd, schoenen inventief opgelapt.
Stilstaan in Nairobi, betekende dat werd je aangesproken, vragen staat vrij. Dus bedelen, schoenenpoetsen of een enkeltje Europa, alles kwam ter sprake. Al snel leerde we dat we doelbewust moesten kijken en lopen. En dat vooral omdat we niet graag nee zeggen.
Tijdens het reizen in bussen, matatu's en safaribusjes, zagen we toen vele keuterboeren met een klein lapje grond. Groene grootgebladerde bananenplanten stonden bij huisjes zonder electricteitsvoorzieningen. Meestal onderdak voor uitgebreide familie's.
Deze levendige herinneringen en ontmoetingen gaven mij vooral het besef dat Afrika jong, vitaal en kansrijk is.
In het hoofdkantoor van de Verenigde Natie's is onlangs een Nederlands cadeau geinstalleerd, een grote wit-betegelde wand van e-inkt, die naar keuze zwart kan worden gemaakt of teksten laat zien. De ewall wordt hij genoemd.
Ooit zag ik een radio die je kon opladen door aan een handel te draaien.
Geen batterij nodig en daarom heel geschikt voor ontwikkelingslanden.
Een door de zon opgeladen e-reader lijkt me heel geschikt ter bestrijding van
laaggeletterdheid in ontwikkelingslanden.
e-inkt kan energiearm toegepast worden, alleen het omslaan van de pagina kost electriciteit, tijdens het lezen van de pagina (zonder achtergrondverlichting in het scherm)wordt geen energie opgebruikt.
Daarom dacht ik aan een Zon-powered e-reader. Mocht het knijpkatprincipe of draaischijfje beter werken in de praktijk, dan kan dat ook. Bij succes kunnen er straatstalletjes bemand worden waar je eboeken kan opladen, stel ik me zo voor, want in Afrika gebeuren dat soort zaken altijd op straat.
Laatst las ik ergens dat er nu ook een e-inkt reader is die op android draait, waardoor er in principe internet beschikbaar kan komen als er wifi in de buurt is. Zelfs een zwart-wit en traag internet kan in een ontwikkelingsland een heel kostbaar bezit zijn. Als snelle lezer ben ik de juiste tekst vergeten, maar toch een vrije vertaling van strenge lerarenlessen:
"De trage lezer mag je het plezier van een goed geheugen niet onthouden."
Misschien dat de mobiele telefoon deze toebedachte nuttige rol van de ereader al heeft overgenomen, maar het lijkt me dat een groot deel van de wereldbevolking nog geen smartphones kan kopen of opladen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)