vrijdag 4 oktober 2013

column over gedachtekronkels in de columnles

Als ik het woord column schrijft, voel ik een lichte angst voor dyslexie, je hoort de laatste 'n' niet, maar je schrijft hem wel.
Maar daar moet je gewoon doorheen schrijven heb ik begrepen, de angst voor fouten is funest, de kans op correctie achteraf zijn oneindig, zolang je je verzinsel maar niet publiceert.

Gisteravond mocht ik gastheer spelen voor een aantal cursisten en de columniste Annette Verspoor, die ons les gaf. Als koffieman en gebouwafsluiter mocht ik ook meedoen. Nu wil ik natuurlijk wel wat vertellen, maar de les ga ik hier niet beschrijven, want gisteren heb ik begrepen dat een beschrijving geen column is.

Wel kan ik verklappen dat ik door het lezen van een kronkel van Simon Carmiggelt over burenruzie en luistervinken, mijn beeld van Carmiggelt enigzins heb bijgesteld.
Zelf dacht ik dat hij of in de kroeg zat of bij Renate Rubinstein was, maar dat klopt niet helemaal.
Want in de eerste alinea voert hij het karakter van Boris Karloff op, de ruziemakende buurman lijkt enigzins op hem.
Dus behalve kronkels schrijven, Renate beminnen en drank innemen, ging hij hoogstwaarschijnlijk ook weleens naar de bioscoop.
In de zestiger jaren werden deze enge Frankenstein films nog niet op de televisie vertoond.

Hoewel ?
Waarom ken ik de acteur die in de film het monster van Frankenstein speelt ?
Ja, natuurlijk heb ik over hem gelezen, maar dat was pas later, de eerste herinnering aan Boris was veel sterker.

Nog in de tijd dat je een early adopter was als je een zwart-wit televisie had, in de jaren zestig, maakte ik kennis met het monster van Frankenstein.
Door mijn oudere broers werd ik grondig voorbereid op mijn eerste horrorfilm op televisie.
Uiteindelijk bleek hun goedbedoelde uitleg in combinatie met mijn verbeelding veel enger dan de film zelf.
Ver voor de film zat ik al op het puntje van mijn stoel. Toen de film uiteindelijk begon zakte de opwinding langzaam tot een aanvaardbaar 'voorlezen voor het slapengaan" -niveau.
Boris Karloff viel wel meteen op, ook door die rare buisjes aan weerszijden van zijn nek en zijn hoge voorhoofd dat meer wees op een ongewone hoogbegaafdheid dan op krankzinnigheid.
Toen ik besefte dat hij lief voor niet-pestende kinderen was, sloot ik Boris als monster in mijn hart en nog nooit heb ik later een enge droom gehad waarin Boris K. een misdadige rol had.
Carmiggelt had na het bioscoopbezoek echter duidelijk een ander Boris-Karloff associatie. Ondanks zijn speelse geest was hij allang geen kind meer.
Waarschijnlijk was het monster van Frankenstein voor Carmiggelt de horror-variant van de enge buurman die je niet in je buurt wilt hebben. En als zo'n type dan toch je nieuwe bovenbuurman wordt, dan zet je dat natuurlijk meteen in de eerste alinea van je nieuwste kronkel.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten