Gisteren stond er een berichtje in de Volkskrant, over ongeboren kinderen die al luisteren en klanken kunnen herkennen.
Veel was er niet bekend, maar in Finland waren er wel proeven gedaan, die er op wezen dat baby's sterker reageerde op woorden die 'vooraf' waren gehoord.
Onmiddelijk dacht ik aan een bibliotheek-cursus voor zwangere vrouwen en hun vruchten, als je dat zo mag zeggen.
Ook de naam voor de cursus was snel gevonden, buikspreker leek me wel wat, buikfluisteraar bedacht ik later en Prena-talig daarna.
Het ergste wat een kind tegenwoordig kan overkomen, is dat het een achterstand oploopt, met name op taalontwikkelingsgebied.
Daarom zijn er programma's zoals Boekstart ontwikkeld, met babyboekjes en de Voorleesexpress,het stimuleren van voorlezen.
Eerlijk is eerlijk, het stimuleren van luisteren/praten/voorlezen etc is een algemeen geaccepteerde manier om een kind al vroeg wat taalvaardigheid bij te brengen. Tot zover het goede werk waar de bibliotheek actief mee helpt.
Onbekend is nog wat er met het kind gebeurt als het ipv een achterstand, een voorsprong opbouwt.
Als het even verkeerd uitpakt wordt het misschien een monologen-kampioen met een motorische handicap ?
Wat moet je doen of zeggen als buikige bemiddelaar om een prater/preker/luisteraar/muzikant/veelzijdig dilletant te ontwikkelen ? En willen we dat ook ?
Nu ja, eerst wat meer wetenschappelijke onderbouwing voordat de bibliotheek zich al te intensief gaat bemoeien met deze doelgroep.
Tot die tijd een onwetenschappelijk advies: Aanstaande ouders grijp deze kans, stimuleer de buikdialoog, praat en laat stiltes vallen/ lees voor/ draag voor / imiteer stemmen/ zodat uw kind aan de echte wereld kan wennen.
Buikspreken is vast beter dan navelstaren, lijkt me.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten